Verschillende jaren heeft men op wereldvlak gezocht naar een eenvormig identificatiemiddel voor alle diersoorten.
Resultaat: de chip of Integrated Transponder.
Waarom een chip?
Een penning of adreskokertje kan een dier makkelijk verliezen. Tatoeëren is vrij ingrijpend: duurt vrij lang en dient onder verdoving te gebeuren. Door haargroei of door slijtage kunnen de gegevens van de tatoeage vervagen. Ook vervalsing is een enorm minpunt bij tatoeage. Dierenvrienden vinden vaak dat een tatoeagenummer het dier er niet echt mooier op maakt.
De voordelen van het chippen.
-
De chip is een uniek identificatienummer. Nergens op de wereld komt het nummer een 2de keer voor.
-
Door deze methode kan de handel in honden beter gecontroleerd worden.
-
De chip is diervriendelijk, hij belast het dier minimaal, de plaatsing is niet pijnlijker dan een injectie en het dier heeft hiervan geen hinder.
-
De chip is niet te vervalsen en is betrouwbaar. Het nummer kan niet uitgewist noch veranderd worden.
-
De chip gaat levenslang mee.
-
De chip Is geschikt voor vrijwel alle diersoorten. (incl. nijlpaard, giraffe, leeuw…)
-
De chip is plaatsbaar op elke leeftijd.
-
De gegevens zijn eenvoudig afleesbaar met een speciaal 'afleesapparaat'.
-
De chip is onschadelijk.
-
De transponder is onzichtbaar. Het is een niet ontsierende wijze van identificeren.
-
Hij is eenvoudig en snel in gebruik.
-
Goede centrale nationale registratie is mogelijk.
-
Het aflezen van een transponder met een lezer duurt nog geen seconde. Probeer ditzelfde te doen met het aflezen van een tatoeage!
Zijn er ook nadelen aan het chippen?
Het enige nadeel is dat je aan de buitenkant niet kan zien of een dier gechipt is.
Hoe werkt zo'n chip?
Wanneer hij voor een magnetisch veld wordt gehouden, zendt de chip een code uit. Deze code bestaat uit 15 cijfers die niet kunnen vervalst worden. De eerste 3 cijfers staan voor het land waar het dier gechipt is. De 12 laatste cijfers geven elk dier zijn uniek herkenningsnummer.
Plaatsing van de chip
Het plaatsen van de transponder is heel eenvoudig. Het gebeurt met een injectienaald, die iets dikker is dan deze waarmee dieren hun jaarlijkse prik krijgen. Het dier reageert hier nauwelijks op, omdat er onder de huid bijna geen gevoelszenuwen zitten. Na inbreng hecht de transponder zich vast in weefsel. Op deze manier is de kans klein dat de chip in het lichaam gaat ronddolen. Gebeurt het toch dat de chip 'op wandel' gaat dan is dit nóg geen probleem. Hij richt geen schade aan doordat hij in de onderhuidse laag blijft en maximaal een paar centimeter opschuift, doch een ISO-transponder migreert in principe nooit.
Hoe en door wie kunnen deze nummers afgelezen worden?
Iedere dierenarts die beschikt over een ISO-aflezer kan elke ISO-transponder over de hele wereld aflezen.
Niettemin zijn er ook afleesapparaten (vaak de goedkopere) die alleen de transponders van de eigen fabrikant kunnen lezen.
Ook dierenambulances en asielen en de federale politie zijn tegenwoordig steeds meer in het bezit van zo'n reader. Belangrijk is wel dat zij beschikken over readers die ook niet ISO-chips kunnen aflezen, omdat er met name in de voorafgaande jaren ook wel dieren zijn gechipt met een niet ISO-chip.
Voor meer info kan u ook altijd terecht op de site van de Belgische Vereniging voor Identificatie en Registratie van Honden. www.abiec-bvirh.be.

